Onze vaderen

O, hoe heerlijk is het, dat gezicht te zien, het vrolijkste naast Christus’ komst op de wolken.
Onze oudste broeders, de Joden, en Christus elkander te zien omhelzen en kussen!
Lang zijn zij van elkaar gescheiden geweest en zij zullen elkander vriendelijk bejegenen bij die ontmoeting.
O dag! lang verwachte en beminnelijke dag, breek aan. O zoete Jezus, laat mij dat gezicht aanschouwen,
hetwelk zal wezen als een herleven uit de dood, wanneer Gij en Uw oude volk elkander omhelzen!

Samuel Rutherford (1600 - 1661)

--------

Het eerste middel tot hun bekering zal een teken uit de hemel zijn; door de verschijning van Christus. 'Alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen' (Matth. 24:30). Sommigen verstaan dit van de wonderlijke openbaring van Christus ten einde de Joden te bekeren. Openbaring 11:19 kan daarover enig licht geven. Daar staat: 'De tempel Gods in den hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel'. Onder deze ark moet Christus verstaan worden. Nu, de ark des verbonds wordt in de hemel gezien bij het blazen van de zevende bazuin. Dan zal Christus zichtbaar verschijnen, en bij het beginnen van deze bazuin zullen de Joden bekeerd worden.

Dus het blijkt, dat de bekering der Joden, wanneer die zal gaan komen, niet slechts bewerkt zal worden door het gewone middel van de Evangelieprediking, maar door een wonderlijk gezicht uit de hemel.

En hetgeen deze opmerking schijnt bevestigen, is de wijze van Paulus' bekering. 'Daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven' (1 Tim. 1:16). Waarom zegt Paulus, dat Christus in hem een voorbeeld zou tonen? Dat moet slaan op de wijze van zijn bekering, die met een lichamelijk gezicht van Christus begon. Een gezicht uit de hemel bekeerde Paulus. Christus verscheen zó aan hem om hem te bekeren, dat hij tot een voorbeeld kon dienen van Gods genade en van de wijze waarop God bij de Joden werkt. Want het geldt niet de heidenen; zij worden niet naar dit voorbeeld geroepen. maar het geldt degenen die hierna zouden gelo­ven, dat wil zeggen de Joden, die thans niet geloven, maar in ongeloof volharden. Maar hierna zouden zij toegebracht worden, en dan op de manier zoals Paulus toegebracht werd, namelijk door een teken uit de hemel. En dat maakt de wijze van hun bekering zo wonderlijk. Want al kan hun bekering voltooid worden door het Evangelie, toch zal ze begonnen worden door een licht uit de hemel. 'Zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen' (Zach. 12:10). 'Zie, Hij komt met de wolken, en alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben' (Openb. 1:7).

Hetgeen in tegenstelling met geloof, hoop en verwachting gaat gebeuren, is zeer wonderlijk. Hoe weinigen geloven aan, en zien uit naar de redding der Joden! Toch is er geen enkele waar­heid, die overvloediger in de Schrift betuigd wordt; een zaak waarvan door alle profeten gesproken is.

Verder zal het wonderlijk zijn vanwege hun grote afkerigheid en onovertuigbaarheid om Christus als de Messias te erkennen. Nie­mand is zo verhard tegen Christus als de Joden. Het is gemakke­lijker een heiden of mohammedaan tot Christus te bekeren dan een Jood. Daarom zal hun bekering heel wonderlijk zijn.

Matthew Meade (1629- ca. 1699), Nieuw Leven in de doodsbeenderen, pag. 67. (www.theologienet.nl)

----------

De apostel Paulus zelf mag een bijzonder treffend beeld van Israël genoemd worden. Bekeerd op weg naar Damascus bij de verschijning van de Heere Jezus in heerlijkheid, typeert hij de wijze waarop de Joden, de gerechtigheid Gods niet kennende, het Evangelie verwerpende, op eenmaal zullen bekeerd worden uit de duisternis tot het licht, en de liefde bekennen van Jozef, hun broeder,  die zij gehaat en verkocht hadden naar Egypte. En het volgend leven van de apostel  vertoont insgelijks dat onafgebroken leven des geloofs, dat ons van het vernieuwde en herstelde Israël getekend wordt.

Dr. Adolph Saphir (1831-1891), Een Hebreeër over de brief aan de Hebreeën, pag. 150.

------------

Neem ook op Uw tijd weg het boze (Rooms Kath.) antichristelijke rijk en de Moslims, breng de veelheid der heidenen in, bekeer de Joden, en laat ons nog op gaan vrede en geluk over het Israel Gods in onze dagen.

Willem Teelinck, Zions Basuyne, 1621.

Dat verhaast zou worden de volkomen inzameling der heidenen, vervolgens de wederopstanding der Joden en Zijn komst om alles weder op te richten.

Willem Teelinck, Ecce Homo, 1622.

----------